De digitale generatie

Dat is dan 42 euro dertien, zei het meisje aan de kassa. Ze zag eruit als een jobstudente. Jong dus.
Ik haalde m’n omslag met maaltijdcheques tevoorschijn en begon te tellen: een, twee, drie …
Hoeveel is 42 gedeeld door 7? Vroeg ik in een aanval van acute luiheid.
Het meisje barstte in lachen uit. Zeg, ik heb geen rekenmachine in mijn hoofd, hoor!
Toen moest ik op mijn beurt lachen.
Ik zag de toekomst voor mij.
Meneer, kunt u mij zeggen welke weg ik moet volgen om bij het station te komen?
Zeg, ik heb geen GPS in mijn hoofd, hoor!
Juffrouw, vertelt u mij eens wat de hoofdstad van Denemarken is?
Zeg meester, ik heb Google niet in mijn hoofd zitten, hoor!
Piet, wanneer denk je er morgen te kunnen zijn?
Zeg Jef, ik heb geen agenda in mijn hoofd, hoor!
Sonja, heb je het niet te warm?
Zeg Charel, er zit geen thermometer in mijn hoofd, hoor!

Ja, het wordt nog leuk.